Mierenleeuwen larven graven valkuil voor hun prooi

Mierenleeuwen (Myrmeleontidae) zijn een familie van insecten die behoren tot de orde netvleugeligen (Neuroptera) en komen overal ter wereld voor, voornamelijk  in tropische streken waar het warm en vochtig is. Mierenleeuwen danken hun naam aan de roofzuchtige larven die gespecialiseerd zijn in het vangen van bodembewonende insecten. Ze maken vooral buit maar ook andere kleine diertjes worden gevangen met behulp van een zelfgegraven valkuiltje.


Image: Mierenleeuw door dhobern – https://www.flickr.com/photos/dhobern/3216786553/

Mierenleeuw door Fritz Geller-Grimm 
Als het kuiltje diep genoeg is graaft de larve zich in waarbij alleen de kaken zichtbaar zijn omdat ze uitsteken in het midden van de kuil. Als een prooidiertje langs de kuil loopt heeft dit tot gevolg dat enkele zandkorreltjes naar beneden rollen wat direct wordt opgemerkt door de mierenleeuw. Deze zal vervolgens een regen van zandkorreltjes naar de prooi werpen waardoor deze minder snel grip krijgt. Als de prooi verder naar beneden zakt naar de kaken toe wordt deze bliksemsnel gegrepen en verder onder het zand gesleurd. Zodra de prooi met de kaken is gegrepen wordt een verlammend gif ingespoten zodat de buitgemaakte prooi niet lang tegenspartelt. De kop draagt zuigende monddelen waarmee de prooi wordt leeggezogen tot er slechts een lege huid overblijft. Deze wordt vervolgens met een welgemikte worp uit het nest verwijderd. Hierdoor wordt voorkomen dat de valkuil zich vult met dode insecten en onbruikbaar wordt. De larven kunnen soms massaal voorkomen waardoor de valkuilen in groepjes naast elkaar liggen. Hierdoor moet het voedsel worden verdeeld over meerdere exemplaren en kan een tekort ontstaan. De larve van de mierenleeuw kan echter tot acht maanden van voedsel verstoken blijven [wikipedia]
[Nat Geo WILD]