5000 jaar voor Christus waren er al glazen voorwerpen

De oudste bekende glazen voorwerpen zijn in het Nabije Oosten gevonden en dateren van 5000 jaar voor Christus. Bij de veel oudheidkundige vondsten in El Amarna zijn ook de overblijfselen van een glasblazerij gevonden en het wordt zeer waarschijnlijk geacht dat arbeiders uit Mesopotamië hier door Egyptenaren te werk zijn gesteld. Voor die tijd was namelijk het maken in Egypte niet bekend. Weliswaar zijn in de rotsgraven te Beni Hassan (daterend van circa 2000 voor Christus) afbeeldingen gevonden van arbeiders met een lange blaaspijp in de mond, maar de oorspronkelijke veronderstelling, dat dit glasblazers waren wordt door verschillende onderzoekers ontkend. Waarschijnlijk gaat het hier om smeden die met een pijp hun smidsvuur aanblazen.

“Vlakglas” fabricage door de Romeinen

Kort voor onze jaartelling was men echter zo ver gevorderd, dat men vlakglas kon maken. Kleine plaatjes glas, wel lichtdoorlatend maar nog nauwelijks doorzichtig. In die tijd was in Syrië een zeer belangrijke uitvinding gedaan, namelijk het blazen van glazen voorwerpen met behulp van een holle blaaspijp. Hierdoor konden de glasblazers voortaan grotere hoeveelheden ‘holglas’ maken. Het feit, dat Syrië toen deel uitmaakte van het Romeinse Keizerrijk, zorgde ervoor dat glasblazen ook in Europa bekend werd. In landen met een kouder klimaat ontstond inmiddels ook de vraag naar een vlakke glasplaten voor het afdichten van raamopeningen. Bij opgravingen in Pompeï (bedolven in het jaar 79) heeft men een bronzen raam gevonden met een glazen ruit van ongeveer 540 x 720 mm! Dit was voor die tijd een uitzonderlijk grote ruit. Over het algemeen waren de beschikbare ruiten veel kleiner. Dit glas werd geproduceerd door de gesmolten glasmassa uit te gieten op een stenen tafel. [glasbrancheorganisatie.nl]