Beerdiertjes overleven tempraturen van -270 graden tot +120 graden

De grootte van () varieert van minder dan 0,1 tot circa 1,5 mm. Ze hebben vijf segmenten, waarvan vier paar poten. Hoewel ze erg klein zijn, hebben de diertjes onder andere ogen, een mond, poten en spijsvertering. Ze zijn te vinden op grote hoogte in de Himalaya (boven de 6.000 m), maar ook in de diepzee (beneden 4.000 m) en van de polen tot aan de evenaar. De stam van omvat 3 klassen: Heterotardigrada, Mesotardigrada en Eutardigrada. Naar verluidt is de klasse Mesotardigrada in 1937 ontdekt in een hete bron bij Nagasaki in Japan, maar is de soort na een aardbeving uitgestorven. Een opmerkelijke eigenschap van beerdiertjes is schijndood: ze kunnen onder omstandigheden van langdurige droogte, koude (bijna -270 graden) of warmte (ruim +120 graden) overleven. Wanneer de beerdiertjes terug in contact komen met water, zijn ze enkele uren later weer actief en zijn de poten weer zichtbaar. Ze planten zich voort via eieren.

Drie soorten tardigrades zijn ook in de Droge Valleien van McMurdo in gevonden  

[PolarTREC]

In september 2007 is bij een ruimte-experiment een aantal beerdiertjes de ruimte in geschoten in een soort kooitje. Daar bleken ze de koude, de kosmische straling en het bijna-vacuüm tien dagen lang te kunnen overleven. Alleen de uv-straling (daar duizendmaal sterker dan op aarde) bleek cellen en het daarin aanwezige DNA bij veel diertjes te hebben beschadigd. Een aantal van hen overleefde echter.  In de komeet zou het diertje beter beschermd zijn tegen de uv-straling. Wanneer de komeet botst met een andere planeet en de ijskomeet smelt of splitst, zou het beerdiertje daar terug tot leven kunnen komen. [wikipedia]