De code van Hammurabi, oudste wetboeken uit het antieke Mesopotamië

Hammurabi was de koning van Babylonië (1792–1750 v.Chr.) en staat bekend om de door hem uitgevaardigde wetten. De code van Hammurabi is een van de oudste tot dusver gevonden wetboeken uit het antieke , en samengesteld in ca. 1780 v.Chr.  Deze was in het Oud-Babylonisch op een ca. 2,5 meter hoge stèle van zwart dioriet opgetekend, nu gelegen in Khuzestan, waar hij in de 12e eeuw v.Chr. terecht was gekomen als buit van de Elamieten.

De Code van Hammurabi beschrijft de regels en de straffen bij overtreding zoals oa diefstal, landbouw (of het hoeden van vooral schapen), schade aan eigendom, rechten van vrouwen, huwelijksrecht, rechten van kinderen, slavenrecht, moord, overlijden en letsel. De strafmaat was afhankelijk van de maatschappelijke positie van daders en slachtoffers.

De wetten accepteren geen excuus of verklaring voor fouten of gebreken: de Codex werd in het openbaar opgesteld en kon door iedereen geraadpleegd worden, zodat niemand onbekendheid met de wet als argument voor vrijspraak kon aanvoeren. Slechts weinig mensen konden echter lezen in die tijd – kunnen lezen en schrijven was in die tijd weggelegd voor schriftgeleerden.

Hammurabi, koning van Babylonië (1792–1750 v.Chr.), schreef de codex om de goden te behagen. In tegenstelling tot vele vroegere en contemporaine koningen achtte hij zichzelf niet verwant aan een god, ook al noemde hij zichzelf de favoriet van de goden. In het bovenste gedeelte van een stèle wordt Hammurabi getoond voor de troon van de zonnegod Shamash.

De codex wordt vaak genoemd als het eerste voorbeeld van het juridische concept dat sommige wetten zo fundamenteel zijn dat zelfs de koning niet de macht heeft om ze aan te passen. Door deze wetten in steen vast te leggen werden ze onveranderbaar. Dit concept leeft voort in de meeste juridische systemen en gaf aanleiding tot het gezegde “in steen gegrift”. [wikipedia]