De maan bezorgt de evolutionisten hoofdpijn

De bezorgt de evolutionisten hoofdpijn. Feitelijk kan de volgens hun theorieën niet eens bestaan. Vijftig miljoen jaar nadat de zon was gaan gloeien, botsten twee pasgeboren planeten op elkaar: en . De korst van verdampte tot miljarden kleine deeltjes, die omringden als een dikke deken.

Dankzij de lijm van de zwaartekracht klonterden al die kleine deeltjes binnen een jaar samen tot een mooie maan. Nu draait hij in een nagenoeg perfecte cirkel elke maand een rondje om de aarde. Wonderlijk genoeg zijn op aarde nergens tastbare bewijzen van deze botsing te vinden, zelfs geen krater. Het enige ‘bewijs’ voor deze botsing is het bestaan van de maan.


Om zo’n grote maan te laten ontstaan, moet de inslag zo krachtig zijn geweest, dat de aarde nu veel sneller zou moeten draaien om zijn as. En waar zijn trouwens al die stofdeeltjes gebleven in de baan van de maan? Een expert die goed van deze problemen op de hoogte is -de Amerikaanse hoogleraar astronomie Irwin Shapiro- maakt er een grap over: „De beste verklaring voor de maan is dat wij het verkeerd zien – want de maan bestaat helemaal niet.”

Toch is het bestaan van de maan is een feit. De maan is precies groot genoeg om de aarde bewoonbaar te houden. Hij stabiliseert weer en klimaat en veroorzaakt eb en vloed. Hij draait even snel om zijn eigen as als om de aarde, zodat wij steeds dezelfde kant van de maan zien. Ook is de maan precies zo groot dat hij de zon exact kan verduisteren. Toeval?

Als de maan niet ontstaan kan zijn uit kleine deeltjes die rond de aarde zweefden, dan blijft er maar één mogelijkheid over: de maan is in zijn huidige omloopbaan geschapen. De Bijbel is duidelijk: God maakte de maan op de vierde dag als het kleine licht tot heerschappij des nachts (Gen 1:16). [refdag.nl]