De ontwikkelende embryo’s van een regenworm

De gewone regenworm is een van de weinige soorten die bovengronds paart. Omdat ze gevoelig zijn voor uitdroging gebeurt dit meestal in de ochtend of avond of overdag na een regenbui. Tijdens de paring positioneren de wormen zich zo dat de dieren met de lichamen tegen elkaar aan bevinden waarbij de voorzijden tegenovergesteld zijn. Tijdens de paring worden zaadcellen afgescheiden aan de partner. De paring van de regenworm duurt ongeveer drie tot vier uur.


Regenwormen bevruchten elkaar niet tijdens de paring maar wisselen alleen zaadcellen uit, de eigenlijke bevruchting vindt later plaats, buiten het lichaam. Het sperma blijft in de spermatotheca tot de eicellen rijp zijn. Een regenworm kan enkele maanden eieren produceren zonder dat een volgende paring nodig is. 

Cocons van de regenworm.

Als de eieren voldoende zijn ontwikkeld vindt de uiteindelijk de bevruchting plaats. Hierbij wordt  een slijmlaag gevormd. De eieren worden afgezet in het slijm.  Zodra het slijm zich boven de openingen bevindt trekken de blaasjes samen waardoor het sperma vrijkomt en zo de eieren bevrucht.  In het slijm zijn eiwitten aanwezig welke dienen om de zich ontwikkelende embryo’s van voedsel te voorzien.

Als de het slijm volledig van het lichaam heeft gestroopt, droogt het uit en vormt een verharde cocon. De cocon heeft ongeveer de grootte van een erwt en heeft vaak een karakteristieke citroenvorm. De cocon heeft een gele tot roodbruine kleur. Hoewel de cocon dus meerdere levensvatbare eieren bevat, kruipt uit de meeste cocons slechts één jonge . Bij andere regenwormen zoals Eisenia fetida zitten twee tot vijf eieren in een cocon. De gewone regenworm kruipt na één tot vijf maanden uit de cocon, afhankelijk van de omstandigheden. Een half jaar tot anderhalf jaar later is de geslachtsrijp en kan zich voortplanten. [nl.wikipedia.org/wiki/Regenwormen]