Jezus kon van gedaante wisselen

kon van vorm wisselen. Hij was soms onzichtbaar en hij kon vliegen. Tot die opmerkelijke conclusies komt professor kerkgeschiedenis Roelof van den Broek van de Universiteit Utrecht.  In de tekst kom onder andere de passage voor: ‘Toen zeiden de joden tot Judas: hoe zullen wij hem [], arresteren, want hij heeft niet een enkele vorm maar zijn uiterlijk verandert. Soms is hij rossig, soms is hij wit, soms hij is rood, soms heeft hij de kleur van tarwe, soms is hij bleek als asceten, soms is hij jong, soms een oude man…’


Dat zou betekenen dat Jezus een gedaanteverwisselaar was. Pontius Pilatus  zou voor zijn ogen zien verdwijnen. In de vierde eeuw werd de definitieve vorm van de vastgesteld. Sommige evangeliën kwamen daar wel in terecht, het boek van Cyrillus van Jeruzalem niet. Waarschijnlijk omdat het te fantasievol werd gevonden.  [faqt.nl]