Nieuwe schedelcultus uit het stenen tijdperk ontdekt in Turkije

In Zuid- is een nieuwe vorm van voorouderverering ontdekt die antropologen nog niet kenden. Dat althans maken archeologen op uit een handvol bekraste schedelfragmenten, opgegraven in de beroemde tempelruïne . De schedels moeten met schrapers zijn ontdaan van resten vlees en spieren, waarna men er merkwaardige diepe krassen in maakte, wellicht om er touwen omheen te kunnen binden. Eén van de schedels heeft een rond gaatje bovenin, waarschijnlijk om touw de schedels aan touwen te hangen.  Er moeten ooit minstens drie mensenschedels aan touwen hebben gebungeld. Ook waren de schedels versierd onder andere met rode oker. Als je uitgaat van voorouderverering, is dit een vrij duidelijk bewijs dat men deze resten tentoonstelde. Dat geeft aan dat de mens al in de steentijd werd samengebonden door gemeenschappelijke opvattingen en rituelen. Schedels van voorouders worden in veel traditionele culturen gebruikt, enerzijds om te laten zien tot welke familie men hoort, anderzijds als brenger van voorspoed en vruchtbaarheid voor de levenden. Waar wij de dood ervaren als iets akeligs zien veel culturen het juist als een belangrijke transformatie. De verwijdering van de zachte weefsels tekent de vorming van een voorouder.  Eigenlijk best een mooi gebaar, een schone zonder wormen. [volkskrant.nl]

[Science Magazine]

Geef een reactie