Vlinders met doodshoofd design stelen honing

Zowel de Nederlandse als de wetenschappelijke naam van de doodshoofdvlinder zijn afgeleid van de op een schedel lijkende vlek op het borststuk. De doodshoofdvlinder wordt door zijn associatie met de dood gebruikt als symbool in verschillende culturen, ook in moderne producties.

De doodshoofdvlinder eet graag honing van bijen en kent een aantal trucjes om in het nest te geraken en van de honing te stelen zonder door de bijen te worden doodgestoken. In het natuurlijke leefgebied echter kan de vlinder in enorme aantallen voorkomen zoveel dat de bijen onmogelijk hen allemaal buiten het nest kunnen houden. Af en toe een vlinder in de raat aangetroffen.  Als de bijen de indringer identificeren en doden is de doodshoofdvlinder veel te groot om het nest uit te werken en wordt hij ingemetseld.


De dode vlinder wordt dan, volledig door propolis omgeven, teruggevonden door de imker. Propolis is een soort lijmstof die door de bijen wordt geproduceerd uit plantendelen om gaten in het nest te dichten of delen van het nest af te schermen.

Als de vlinder zich eenmaal in het nest bevindt, negeren de bijen hem. Biologen vermoeden, dat de vlinder chemische stoffen uitscheidt, zodat de bijen de vlinder niet meer kunnen onderscheiden van andere bijen. Alleen de buikzijde van de vlinder is kwetsbaar; de vleugels en het verharde borststuk zijn dik en goed beschermd. Als de doodshoofdvlinder door bijen wordt bedreigd, kan een hoorbaar piepend geluid worden gemaakt, dat lijkt op de geluiden die de bijen zelf produceren om rustig te worden. Deze piepende geluiden worden geproduceerd door uit de mondholte te persen.

De doodshoofdvlinder zuigt zich vol met honing en kan hierbij erg gulzig zijn. Het achterlijf is bij het binnendringen van het nest aanzienlijk kleiner in vergelijking met de lichaamsdiameter van de vlinder bij het verlaten van het nest. Het achterlijf is soms dusdanig sterk opgezwollen door de honing dat de vlinder te dik is om nog uit het nest te geraken. [wikipedia]

Comments